Ovenschotel met spruitjes, appel en knolselder

Als het kouder wordt, krijg ik zin in ovenschotels, met of zonder vlees of vis, met pasta of rijst, aardappelen of nog iets anders….Mijn inspiratie van het moment en de inhoud van mijn voorraadkast en koelkast bepalen vaak hoe de ovenschotel er zal uitzien.

Dat is het leuke aan ovenschotels. Door te kijken naar wat je nog in huis hebt en even stil te staan bij wat er samen gaat, heb je telkens weer een apart gerecht op tafel staan.

Ovenschotels zijn ideaal voor drukke dagen. Bereid ze voor de avond ervoor en als je na een drukke werkdag thuis komt, schuif je alles gewoon in de oven. Terwijl de oven het werk voor jou doet kan jij even tijd maken voor je partner, de kinderen of voor jezelf.

Recept: Ovenschotel met spruitjes, appel en knolselder

Ingrediënten voor 4 à 6 personen:

 

Uit de voorraad:

1 dikke of 2 kleine uien, geschild en in blokjes gesneden

enkele takjes tijm

peper

2 el selderijzout of gewoon zout

1 tl nootmuskaat

olijfolie

 

Uit de winkel:

600 g krieltjes, goed gespoeld, ongeschild

500 g spruitjes, gekuist en onderaan ingekerfd (dit om sneller te garen)

de helft van een middelgrote knolselder, geschild en in kubusjes van 1 op 1 cm

2 appels (type jonagold), klokhuis verwijderd en in blokjes gesneden

1 el uienpoeder

 

Voorbereiding: 30 à 40 minuten

Oventijd: 45 minuten

 

  • Verwarm de oven voor op 200°C.
  • Kook de krieltjes beetgaar, giet ze af en halveer ze. Doe ze in een ruime ovenschaal.
  • Blancheer de spruitjes enkele minuten, giet af en doe bij de krieltjes.
  • Blancheer de knolselderblokjes een paar minuten, giet af en doe bij de rest in de ovenschotel.
  • Voeg de ui en de appelstukjes toe aan de rest.
  • Meng alles goed door elkaar.
  • Voeg peper en (selderij)zout toe samen met de nootmuskaat en het uienpoeder.
  • Verdeel de takjes tijm over het gerecht.
  • Giet nu een goede scheut milde olijfolie bij de groenten en meng alles heel goed door elkaar.
  • Plaats de schotel nu 45 minuten in de warme oven tot alles mooi begint te kleuren en helemaal gaar is. Meng tussendoor een paar keer door elkaar.
  • Haal de schotel uit de oven en verwijder de harde takjes van de tijm.
  • Serveer in een diepe kom.

Dekentje, kommetje, lepel en mmmmmmmmmmmmm.

 

Lieve kookgroetjes van Katrijn!!!

Polentapizza

Omdat onze jongste en ik moeite hebben met tarwe gaan we al eens op zoek naar alternatieven. Spelt is een mogelijkheid, maar we doen graag eens apart 😉.

Vandaag dus pizzabodems op basis van polenta of maïsgriesmeel.

Polenta bevat van zichzelf niet veel smaak dus je mag er gerust wat kruiding aan toevoegen

Recept: Polentapizza

 

 

Ingrediënten voor 6 kleine pizza’s (diameter ongeveer 20 cm):

 

400 g fijne polenta (maïsgriesmeel)

1500 ml water

100 g gemalen Parmezaanse kaas

Peper en zout

1 groentebouillonblokje

1 kl chilivlokken

Olijfolie

10 à 12 el passata

Groenten, vlees of vis naar keuze voor de topping

Extra kaas voor de topping

 

Voorbereiding: 15 minuten

Beleggen: 5 minuten

Baktijd: 20 minuten en 15 minuten

 

  • Bekleed 3 bakplaten met bakpapier en vet dit een beetje in met olijfolie.
  • Verwarm de oven voor op 220° C (hete lucht).
  • Breng het water aan de kook. Voeg de chilivlokken en het groentebouillonblokje toe.
  • Giet de polenta traag in het kokende water. Roer stevig door gedurende 1 minuut.
  • Zzt het vuur zacht en roer dan nog 5 minuutjes stevig door tot de polentamassa dikker wordt.
  • Een minuut voor de polenta klaar is meng je de kaas erdoor. Kruid met peper en zout
  • Verdeel het polentamengsel in 6 gelijke hoopjes. 2 hoopjes per plaat.
  • Neem een stuk vershoudfolie en leg dit op een hoopje. Druk met je handen het hoopje tot ern cirkel van ongeveer 20 cm doorsnede.
  • Doe hetzelfde met de andere hoopjes. Neem dan een deksel of bordje en duw dit in de polenta. Zo krijg je mooie cirkels. De afsnijdsels hou je bij om achteraf te bakken als bijgerecht bij iets anderd.
  • Plaats de platen nu in de warme oven voor 20 minuten.
  • Als de bodems wat gekleurd zijn, haal je ze uit de oven.

  • Laat ze een beetje afkoelen.
  • Strijk op elke bodem een beetje passata.
  • Beleg de bodems met groentjes, vlees of vis naar keuze.
  • Rasp wat kaas over de topping.
  • Extra kruiden zijn ook altijd lekker.
  • Plaats de ovenplaten opnieuw in de oven voor 15 minuten tot de bodem krokanter is en de groenten gaar zijn.

Leef je helemaal uit met de toppings en creëer telkens een andere pizza.

Lieve kookgroetjes van Katrijn!!!

 

Kippendijfiletblokjes of tofublokjes in zoetzure saus

Je kent ze wel, de potjes kleverige zoetzure saus uit de supermarkt of de varkensblokjes in zoetzuur van bij de Chinees om de hoek. Het kleeft je mond aan elkaar van de overdreven zoete smaak met een scherp nasmaakje.

Het is nochtans heel eenvoudig om zelf dit heerlijke sausje te maken.

Het past zowel bij varkensvlees, kip als vleesvervangers zoals tofu of tempeh.

Recept: Kippendijfiletblokjes of tofublokjes in zoetzure saus

Ingrediënten voor 4 personen:

300 g kippendijfilet in blokjes

300 g tofu, goed uitgelekt en in blokjes gesneden

2 + 2 el maïzena

240 ml water

6 el donkere sojasaus

3 volle el tomatenketchup

2 el witte wijnazijn

een stukje gember van 2,5 cm, geschild en fijngehakt

een rode chilipeper, fijngehakt (wil je het minder heet, verwijder dan de pitjes)

1 grote of 2 kleine sjalotjes, geschild en fijn gesnipperd

arachide -of zonnebloemolie

4 lente-uitjes, gekuist en in ringetjes gesneden

Klaar in een half uurtje.

 

  • Begin met het sausje.
  • Verwarm een beetje olie in een pannetje en stoof de sjalot even aan. Zorg dat hij niet aanbakt.
  • Voeg de fijngehakte gember en rode chilipeper toe en bak alles een paar minuutjes mee met de sjalot op een zacht vuurtje.
  • Blus de pan met het water. Voeg ook de witte wijnazijn, de sojasaus en de ketchup toe. Zet je vuur nu hoger.
  • Breng aan de kook, zet het vuur lager en laat zachtjes enkele minuten pruttelen.
  • Los ondertussen 2 el maïzena op in een scheutje water en voeg het toe aan de saus. De saus zal nu gaan indikken. Haal de pan van het vuur als de saus de gewenste dikte heeft.
  • Doe nu de kip en de tofu in 2 aparte kommetjes.
  • Voeg zowel bij de kip als de tofu 1 el maïzena toe en meng alles goed door elkaar zodat elk stukje bedekt is met een dun laagje maïzena.
  • Verwarm nu een beetje olie in 2 aparte pannen.
  • Voeg aan de ene pan de kip toe en aan de andere pan de tofu.
  • Bak nu alles onder voortdurend omscheppen goudbruin en krokant.
  • Doe nu zoveel saus bij de kip en de tofu als je zelf wil en meng alles door elkaar.
  • Warm nog even goed door.
  • Werk af met de lente-ui.

Serveer met basmatirijst of noedels en geef er gewokte groene groenten bij.

Zo eenvoudig kan het zijn om zelf een Chinees gerecht te maken.

 

Lieve kookgroetjes van Katrijn!!!

The best chickpea dish ever!

Ik ben gek op kikkererwten. Ik doe ze overal in of eet ze overal bij. Ik doe ze in soep, in salades, draai ze tot hummus, rooster ze in de oven en eet ze als hapje en vandaag maakte ik er de beste falafels ever mee! Ik bakte er zelfs voor de eerste keer lactosevrij naanbrood bij. En of het smaakte!!!

Het meeste van het werk kan je perfect de dag van tevoren doen. Laat je niet afschrikken door de lengte van het recept.

Recept: The best chickpea dish ever!

Ingrediënten voor 6 personen:

Hummus:

1 grote pot of groot blik kikkererwten van 400 g uitlekgewicht

het sap van een halve citroen

1 el komijnpoeder

1 kl lookpoeder

peper en zout

een snuifje chilipoeder

3 el tahinpasta

een scheutje sesamolie

milde olijfolie

 

Falafels (ongeveer 36 stuks):

360 g droge kikkererwten (ik koos de zwarte, zijn vrij nieuw op de markt. De gewone bruine kan zeker ook)

een ui van ongeveer 200 g ongekuist

4 teentjes look (klein) of 2 grotere

de blaadjes van een dikke bos peterselie

2 kl korianderpoeder

1 kl komijnpoeder

een snuifje chilipoeder

een mespunt Natriumbicarbonaat

 

Het naanbrood:

450 g speltbloem + extra voor bij het uitrollen

200 g sojayoghurt natuur ongezoet

150 ml ongezoete havermelk

1/2 kl suiker

4 g gedroogde gist

een snuifje zout

1 tl bakpoeder

2 el korianderpoeder

peper

2 el milde olijfolie + extra voor de bakplaat

 

Afwerking:

gerookt paprikapoeder

Provençaalse kruiden

geraspte groenten naar keuze (ik ging voor knolselder en wortel, ik maakte het slaatje aan met een beetje citroensap en olijfolie)

 

Voorbereiding: 60 min + 24 uur weektijd

Bereiding: 30 minuten

 

Begin een dag van tevoren met het weken van de kikkererwten.

  • Leg de kikkererwten in een diepe kom en overgiet ze met water tot ze ruim onderstaan. Na 12 uur vervang je het water door zuiver water en laat je de kikkererwten nogmaals 12 uur weken. Omdat falafels worden gemaakt van droge kikkererwten is het belangrijk dat ze voldoende zijn geweekt om na het bakken sappige balletjes te krijgen.
  • Giet de kikkererwten af en laat ze goed uitlekken.
  • Ondertussen schil je de ui. Snij hem in grove stukken.
  • Schil de lookteentjes.
  • Doe ze in je keukenmachine en pureer ze tot grof zand.
  • Voeg nu de ui toe samen met de look en de peterselie en pureer nogmaals tot ook deze ingrediënten goed zijn vermalen.
  • Voeg de kruiden en het Natriumbicarbonaat toe en meng opnieuw.
  • Doe het mengsel in een kom, dek af en zet minimum een uur in de koelkast. Zo wordt het mengsel steviger.

 

  • Maak nu het brooddeeg.
  • Zorg ervoor dat de melk lauw is. Voeg de gist en 1/2 kl suiker toe aan de melk. Klop de gist en de suiker een beetje los in de melk en laat het mengsel 10 minuten staan. Als er blaasjes op de melk komen is het klaar voor gebruik. De gist doet nu zijn werk.
  • Meng de bloem met het bakpoeder, peper en zout en korianderpoeder.
  • Als de gistmelk klaar is voor verder gebruik (zie hierboven) dan voeg je ze samen met de yoghurt en de olie toe aan de droge massa.
  • Meng het deeg nu 10 minuten in je keukenmachine. Je krijgt een elastisch deeg.
  • vet een kom in met een beetje olijfolie, vorm een bal van het deeg, leg het in de kom en dek de kom af. Laat het deeg nu een uurtje rijzen op een tochtvrije warme plaats tot het deeg bijna in volume is verdubbeld.

 

  • Ondertussen maak je de hummus.
  • Giet de kikkererwten af maar vang de helft van het vocht op.
  • Doe de kikkererwten in de keukenmachine.
  • Voeg alle ingrediënten (ook de sesamolie) toe behalve de olijfolie en pureer.
  • Voeg nu zoveel olijfolie toe tot je een mooie smeerbare massa krijgt.
  • Proef en kruid eventueel extra af met peper en zout en wat extra chilipoeder.

 

  • Verwarm je friteuse op 180°C en je oven op 250°C.
  • Bekleed 2 bakplaten met bakpapier en vet deze in met een beetje olijfolie.
  • Bestrooi je werkvlak met wat bloem en haal het deeg uit de kom. Dit gaat makkelijk met licht vochtige handen.
  • Klop de lucht uit het deeg en verdeel het deeg in 8 gelijke delen.
  • Rol elk stuk deeg uit tot een (ongeveer 😉 ) ovaal brood en leg het op de bakplaten.
  • Plaats de platen in de hete oven en bak de broodjes in ongeveer 8 minuten gaar en knapperig. Bij de ene oven gaat het sneller dan bij de andere. Je broodjes moeten mooi kleuren en luchtig worden. Pas als ze aan de buitenkant krokant aanvoelen zijn ze vanbinnen ook gaar.
  • Terwijl de broodjes bakken bak je de falafels in porties. Bak elke portie gedurende exact 4 minuten. Zo zijn ze vanbinnen perfect uitgebakken en heb je niet het gevoel dat de kikkererwten nog rauw zijn.
  • Haal ze uit de friteuse en laat even uitlekken op keukenpapier.
  • Haal de gare broodjes uit de oven en laat ze afkoelen op een rooster.

 

  • Begin nu aan de opbouw van je bord.
  • Kies een diep bord en schep hummus langs de randen.
  • Vul de holte in het midden met groenten.
  • Bestrooi met gerookt paprikapoeder en Provençaalse kruiden.
  • Leg per persoon het gewenste aantal falafels bovenop de groenten.
  • Serveer er een naanbroodje bij.
  • Eet lekker met je handen en gebruik het brood als vork en lepel tegelijk.

Het lijkt een hoop werk. Maar je kan zoals ik al zei, heel veel van tevoren bereiden. maak heel veel falafels tegelijk. Frituur ze allemaal. Wat je nu niet opeet, vries je in. Haal achteraf uit de vriezer en leg ze op een bakplaat. Verwarm ze dan een kwartiertje in de oven tot ze weer heerlijk warm en krokant zijn.

 

Lieve kookgroetjes van Katrijn!!!

Poké bowl met zalm

Overal waar je komt, ga je op internet, klik je instagram open, overal kom je ze tegen “De poké bowls” !

Het gerechtje komt eigenlijk uit Hawaï. Fijne stukjes rauwe vis worden geserveerd op een bedje van rijst en aangevuld met verschillende knapperige groentjes.

Duizenden varianten zijn er ondertussen gemaakt op het oorspronkelijk gerecht.

Omdat ik het ook zo lekker vind, geef ik jullie vandaag mijn versie van deze heerlijke bowl.

Recept: Poké bowl met zalm

Ingrediënten voor 4 personen:

 

250 g basmatirijst

100 g diepvriesdoperwten

350 g zalmfilet zonder vel

peper en zout

grof zeezout

het sap van een halve citroen

3 eetrijpe avocado’s

2 wortels

1 kleine komkommer

1 klein blikje maïs

2 mini-blikjes sojabonen

2 tomaten

een doosje wakame (zeewiersalade)

een beetje rucola

8 el sesamzaadjes

4 el pompoenpitten

2 el mayonaise

1 el wasabi

8 el sojasaus

Voorbereiding: 30 minuten

Bereiding: 15 minuten

 

  • Kook de rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking. Voeg de laatste 2 minuten de doperwten toe. Breng alles opnieuw aan de kook en gaar de rest van de kooktijd. Giet af en laat afkoelen en uitlekken.
  • Snij de zalmfilet op een aparte snijplank in blokjes van 1 cm grootte. Zet ze fris weg.
  • Pers het sap van een halve citroen.
  • Snij de avocado’s in 2, lepel het vruchtvlees uit de helften en plet het samen met het citroensap tot een grove massa. Er mogen best nog stukjes in zitten. Kruid met peper en zout.
  • Schil de wortels en rasp ze met een handrasp.
  • Snij de komkommer in de lengte in 4 en verwijder de pitjes. Snij elke reep in dunnere repen en vervolgens in hele kleine blokjes.
  • Giet de maïs en de sojabonen apart af, spoel en laat uitlekken.
  • Snij de tomaten in 4 en ontpit. Snij de partjes in repen en vervolgens in kleine blokjes.
  • Rooster de sesamzaadjes in een droge pan tot ze goudbruin zijn. Doe ze in een kommetje.
  • Meng de mayonaise met de wasabi en de sojasaus. Meng de helft van de sesamzaadjes door je sausje.
  • Begin nu aan de samenstelling van je bowl.
  • Verdeel de afgekoelde erwtjes-rijst over 4 mooie kommen.
  • Schep in het midden van elke kom 1/4 van de zalm.
  • Verdeel nu de avocado, wortel, komkommer, tomaat, maïs, sojabonen, rucola en wakame in mooie hoopjes rond de zalm.
  • Verdeel de overgebleven sesamzaadjes over het gerecht. Strooi ook de pompoenpitten over de bowls.
  • Kruid nog een beetje af met wat peper van de molen en eventueel een beetje grof zeezout.
  • Serveer met het sausje.

Ik was best trots op het resultaat.

Een fris gerechtje voor deze heerlijke nazomer.

 

Lieve kookgroetjes van Katrijn!!!